Vrijstellingen

Vrijstellingen

23/03/2018

Onderaanneming
Hoteluitbaters
Uitbaters van bedrijfsrestaurants
Vrijstelling artikel 44 van het Btw-Wetboek
Vrijstelling artikel 42 van het Btw-Wetboek

Onderaanneming

Er wordt voorzien in een ontheffing van de verplichting een kasticket met behulp van een geregistreerd kassasysteem uit te reiken voor de belastingplichtige die aan een eindconsument restaurant- en cateringdiensten verstrekt en hiervoor voor de totaliteit van zijn activiteit van verrichter van restaurant- en cateringdiensten een beroep doet op een onderaannemer die gehouden is het kasticket uit te reiken, op voorwaarde dat de belastingplichtige op geen enkele manier tussenkomt bij de voorbereiding van de maaltijden noch bij de aankoop van niet bereide voedingsmiddelen (artikel 21bis, § 1, 5de lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1).

Deze ontheffing wordt toegepast per inrichting. Alle restaurant- en cateringdiensten die worden verricht vanuit deze inrichting moeten voldoen aan de onderstaande voorwaarden van onderaanneming om de ontheffing te kunnen toepassen. Een combinatie waarbij enerzijds een geregistreerd kassasysteem wordt gebruikt voor diensten verricht met eigen middelen en anderzijds deze ontheffing wordt toegepast voor de handelingen in onderaanneming, is dus niet mogelijk.

De belastingplichtige (A) die aan de eindconsument restaurant- of cateringdiensten verstrekt, maar dit niet doet met eigen middelen en hiervoor integraal een beroep doet op een onderaannemer (bv. een cateraar) (B), wordt ontheven van de verplichting tot het gebruik van het geregistreerde kassasysteem.

De input van A ligt immers in principe volledig vast door het feit dat er voor de totaliteit van de handeling een beroep gedaan wordt op een onderaannemer die de restaurant- en cateringdiensten moet factureren en die bovendien voor deze handelingen een kasticket van een geregistreerd kassasysteem moet uitreiken.

Bij wijze van tolerantie is de belastingplichtige die op grond van deze ontheffing niet gehouden is een geregistreerd kassasysteem te gebruiken, eveneens ontheven van het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen voor de verschafte maaltijden en bijhorende dranken. Alle handelingen die hij verricht liggen namelijk reeds volledig vast in de ontvangen kastickets van het geregistreerde kassasysteem van de onderaannemer.

De onderneming dient een dagboek van ontvangsten te houden en de inschrijvingen te verrichten op basis van gedateerde verantwoordingsstukken, volgens de normale regels van artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit nr. 1. Deze verantwoordingsstukken kunnen bijvoorbeeld zijn: tickets van een gewone kassa, bewijzen van elektronische betalingen, ed.

Draagwijdte van de onderaanneming

Het vormt geen probleem dat de belastingplichtige (A) die de restaurant- of cateringdiensten aan de eindconsument verstrekt, zijn eigen infrastructuur ter beschikking stelt (de consumptieruimte, tafels, stoelen, borden, bestekken, glazen,….) en zelf met eigen personeel of vrijwilligers voor de bediening aan tafel zorgt.

Evenmin stelt het een probleem wanneer (A) bovendien zijn keuken ter beschikking stelt van de kok of cateraar die de maaltijden in zijn infrastructuur bereidt, van waaruit ze opgediend worden om te worden verbruikt.

Wanneer (A) een beroep doet op een cateringbedrijf (B), kan (A) vervolgens eveneens tussenkomen bij het opruimen en de afwas zonder dat dit een invloed heeft op hetgeen voorafgaat.

Er wordt toegestaan dat (A) zelf instaat voor het verstrekken van de dranken, al dan niet verschaft bij een maaltijd, en daarvoor dus geen beroep doet op een onderaannemer.

De ontheffing om kastickets van een geregistreerd kassasysteem uit te reiken, geldt bijgevolg ook in het geval (B) de cateringdienst beperkt tot de bereiding van de maaltijden. In dit verband wordt evenwel opgemerkt dat ook deze aan (A) verrichte handelingen steeds het voorwerp moeten uitmaken van een kasticket van een geregistreerd kassasysteem opdat (A) van deze afwijkende regeling zou kunnen genieten.

Krachtens artikel 21bis, § 1, 5de lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1, is de ontheffing van de verplichting tot het uitreiken van kastickets met behulp van een geregistreerd kassasysteem evenwel niet toepasbaar wanneer (A) op één of andere manier tussenkomt bij de voorbereiding van de maaltijden en/of heeft ingestaan voor de aankoop van niet bereide voedingsmiddelen. Het feit dat (A) belegde broodjes aankoopt bij (B) vormt daarentegen voor de toepassing van de ontheffing, geen probleem op voorwaarde dat (A) een kasticket van een geregistreerd kassasysteem ontvangt van (B).

Diensten verstrekt aan de eindconsument

A moet de restaurant- en cateringdiensten verstrekken aan de eindconsument, m.a.w. in de fase van verbruik. Het feit dat de handeling bijvoorbeeld gefactureerd wordt aan een vennootschap die de maaltijd aanbiedt aan haar personeel of aan genodigden, doet geen afbreuk aan deze ontheffing.

Voorbeelden onderaanneming

De ontheffing van de verplichting tot uitreiking van het kasticket beoogt onder meer:

  • de begrafenisondernemers die over een eigen verbruiksruimte beschikken waar maaltijden worden voorzien en die hiervoor een beroep doen op een onderaannemer van wie zij met betrekking tot deze handelingen kastickets van geregistreerde kassasystemen ontvangen;
  • de parochiale vzw’s die maaltijden organiseren en die daarbij een beroep doen op een onderaannemer van wie zij met betrekking tot deze handelingen kastickets van  geregistreerde kassasystemen ontvangen;
  • de voetbalclubs die hun maaltijden in het VIP-restaurant organiseren op basis van onderaanneming en met betrekking tot deze handelingen kastickets van  geregistreerde kassasystemen ontvangen (zie ook punt 2.5.1. voor de werking van meerdere inrichtingen binnen één voetbalstadion);
  • de organisatoren van seminaries die restaurant- en cateringdiensten verstrekken aan de deelnemers en hiervoor een beroep doen op een onderaannemer van wie ze met betrekking tot deze handelingen kastickets van een geregistreerd kassasysteem ontvangen.

Hoteluitbaters

De belastingplichtige die gemeubeld logies verschaft als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Btw-Wetboek, is niet gehouden tot het uitreiken van kastickets met behulp van een geregistreerd kassasysteem ten aanzien van het verschaffen van spijzen en dranken, voor zover deze worden aangerekend en opgenomen in de globale hotelrekening aan de gasten die er verblijven (artikel 21bis, § 1, 5de lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 1).

Deze ontheffing wordt toegepast per inrichting, waarbij bovendien een onderscheid gemaakt wordt tussen twee sectoren die strikt afzonderlijk worden behandeld. Alle handelingen per inrichting én sector moeten dezelfde regeling volgen. Een combinatie waarbij enerzijds een geregistreerd kassasysteem wordt gebruikt voor, bijvoorbeeld, B2C hotelactiviteiten en anderzijds deze ontheffing wordt toegepast voor B2B hotelactiviteiten, is dus niet mogelijk.

1ste Sector: hotelactiviteit

Deze sector omvat het verschaffen van gemeubeld logies - dat al dan niet gepaard gaat met het verschaffen van spijzen en dranken of met bijkomende diensten - door een exploitant van een hotelinrichting e.d. aan hotelgasten EN die verrekend worden via de globale hotelrekening.

Meer algemeen betreft deze sector al wie een inrichting drijft waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft.

Voor deze handelingen moet overeenkomstig artikel 22, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1, een rekening of ontvangstbewijs worden uitgereikt en dit op het tijdstip waarop de dienst is voltooid. De rekening of het ontvangstbewijs mag vervangen worden door een volledige factuur op naam van de klant, voor zover deze wordt uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst is voltooid.

De drempel van 25.000 euro inzake het geregistreerd kassasysteem kan nooit toepassing vinden in deze eerste sector.

Opmerking kassavergunning nr. E.T. 103.592

Enkel de belastingplichtige die zich beperkt tot het verschaffen van gemeubeld logies dat al dan niet gepaard gaat met het verschaffen van spijzen en dranken, met name die zich beperkt tot de handelingen bedoeld in deze 1ste sector die steeds worden opgenomen op de globale hotelrekening, kan de rekening of het ontvangstbewijs nog vervangen door een kasticket dat gegenereerd werd door een kasregister met een vergunning bedoeld in de beslissing nr. E.T. 103.592 van 02.06.2003.

De belastingplichtige heeft steeds de mogelijkheid om voor deze sector vrijwillig het nieuwe geregistreerde kassasysteem te gebruiken.

Voorbeeld globale hotelrekening

Een hotelgast betaalt 2 maaltijden via zijn globale hotelrekening: zijn eigen maaltijd en de maaltijd van een niet-hotelgast. Beide maaltijden worden behandeld volgens de regels van de 1ste sector.

Voorbeeld factuur

De hotelgast is niet diegene die betaalt. De factuur wordt verzonden naar de werkelijke klant/opdrachtgever. Op basis van artikel 22, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1, moet de rekening of het ontvangstbewijs niet worden uitgereikt op voorwaarde dat er een factuur wordt uitgereikt op het tijdstip van de voltooiing van de dienst. De administratie zal echter geen kritiek uitoefenen indien de factuur wordt uitgereikt aan de opdrachtgever binnen de 7 kalenderdagen na voltooiing van de dienst.

2de Sector: andere dan hotelactiviteit

Binnen deze sector dient men de drempel van 25.000 euro inzake het geregistreerde kassasysteem toe te passen om te bepalen of men gebruik moet maken van hetzij rekeningen of ontvangstbewijzen, hetzij kastickets van het geregistreerde kassasysteem.

Het drempelbedrag omvat de omzet uit de restaurant- en cateringdiensten met uitsluiting van het verschaffen van dranken (waaronder begrepen de maaltijden verstrekt aan niet-hotelgasten  en aan hotelgasten voor zover de maaltijden niet zijn opgenomen in de globale hotelrekening). Voor de drempel wordt dus geen rekening gehouden met de logies, het ontbijt of andere maaltijden verschaft aan hotelgasten, opgenomen in de globale hotelrekening.

Indien het resultaat 25.000 euro of minder is, is een geregistreerd kassasysteem niet verplicht. Men dient, voor het verschaffen van maaltijden, een rekening of ontvangstbewijs zoals bedoeld in artikel 22, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1 of een vervangende factuur uit te reiken op het tijdstip waarop de dienst is voltooid. Is het resultaat meer dan 25.000 euro, dan moet een geregistreerd kassasysteem worden gebruikt. Voor alle handelingen binnen deze sector die verband houden met het verstrekken van maaltijden en dranken, al dan niet verschaft bij de maaltijd, met inbegrip van alle verkopen van spijzen en dranken, moet dan een kasticket van een geregistreerd kassasysteem worden uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst is voltooid. Een factuur kan het hiervoor vermelde kasticket nooit vervangen.

Eens men een geregistreerd kassasysteem gebruikt, moet men alle handelingen die verband houden met het verstrekken van maaltijden en dranken, verricht voor niet-hotelgasten (en die niet op een globale hotelrekening voorkomen), hierin opnemen.

Voorbeeld drempeloverschrijding

Een hotel heeft een restaurant en een bar in dezelfde inrichting die toegankelijk zijn voor niet-hotelgasten. De drempel van 25.000 euro wordt overschreden. Concreet betekent dit dat het geregistreerde kassasysteem moet aangewend worden in de bar en in het restaurant (sector 2), maar niet in het hotel (sector 1).

Voorbeeld handeling buiten globale hotelrekening

Een niet-hotelgast betaalt 2 maaltijden: zijn eigen maaltijd en de maaltijd van een hotelgast (dus niet via een globale hotelrekening). Beide maaltijden worden behandeld volgens de regels van de 2de sector.

Voorbeeld onderaanneming restaurant - hotel

De situatie doet zich voor dat een restaurant in onderaanneming werkt voor een hotel. De hotelgasten gaan eten in het restaurant en rekenen de maaltijd af via de globale hotelrekening. De kastickets van het geregistreerde kassasysteem, aangemaakt door het restaurant, moeten worden bezorgd aan het hotel. Het restaurant heeft tevens de verplichting tot het uitreiken van een factuur aan het hotel. De handeling tussen het hotel en de hotelgast maakt deel uit van de 1ste sector.

Voorbeeld wellness

In het hotel wordt ook wellness aangeboden.

Alles wat via de globale hotelrekening wordt afgerekend, maakt deel uit van de 1ste sector. De wellnessactiviteiten die via de globale hotelrekening worden afgerekend, volgen dus de regels van de 1ste sector.

In het geval de wellnessactiviteit niet opgenomen is in de globale hotelrekening, maakt zij deel uit van de 2de sector. Binnen de 2de sector moet de drempel worden berekend. De omzet uit de wellnessactiviteiten zelf doet hier niet ter zake. Indien de drempel van 25.000 euro overschreden is binnen de 2de sector, moet de wellnessactiviteit zelf niet worden opgenomen in het geregistreerde kassasysteem aangezien die activiteit geen verband houdt met het verstrekken van maaltijden en dranken.

Uitbaters van bedrijfsrestaurants

De onderneming verstrekt zelf de maaltijden

De belastingplichtige werkgever die een bedrijfsrestaurant uitbaat, is niet gehouden kastickets met behulp van een geregistreerd kassasysteem uit te reiken (artikel 21bis, § 1, 5de lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1) wanneer de volgende voorwaarden samen vervuld zijn:

  • de activiteit van de onderneming is een andere activiteit dan  een activiteit met betrekking tot restaurant- en cateringdiensten;
  • het bedrijfsrestaurant is slechts toegankelijk voor personeelsleden van de onderneming en voor personeelsleden van een verbonden onderneming. Wordt eveneens bedoeld het bedrijfs­restaurant dat door verschillende ondernemingen gemeenschappelijk wordt uitgebaat en dat slechts toegankelijk is voor personeelsleden van deze ondernemingen (waarvan de zetel zich bijvoorbeeld in hetzelfde gebouw bevindt). Bij wijze van tolerantie mogen de personen die door middel van een outsourcingscontract op middellange of op lange termijn tewerkgesteld zijn bij de outsourcer (bv. inzake IT), ook als (gelieerde) personeelsleden worden beschouwd voor het gebruik van de bedrijfsmesse. Bij wijze van tolerantie mogen, in zeer beperkte mate, ook genodigden gebruik maken van de bedrijfsmesse (de genodigden mogen maximum 5 % van de omzet excl. btw uitmaken);
  • het bedrijfsrestaurant is slechts toegankelijk tijdens de werkuren van de onderneming.

 

Deze ontheffing wordt toegepast per inrichting. Alle handelingen die worden verricht vanuit deze inrichting moeten voldoen aan de bovenstaande voorwaarden van het bedrijfsrestaurant om de ontheffing te kunnen toepassen. Een combinatie waarbij enerzijds door de betrokken onderneming een geregistreerd kassasysteem wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor diensten buiten de werkuren, en anderzijds deze ontheffing wordt toegepast voor de handelingen als bedrijfsrestaurant, is dus niet mogelijk.

Bij wijze van tolerantie is de belastingplichtige die een bedrijfsrestaurant uitbaat en die op grond van deze ontheffing niet gehouden is een geregistreerd kassasysteem te gebruiken, eveneens ontheven van het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen voor de maaltijden verschaft aan zijn personeelsleden en aan de personeelsleden van een gelieerde onderneming en voor de bijhorende dranken.

De onderneming dient een dagboek van ontvangsten te houden en de inschrijvingen te verrichten op basis van gedateerde verantwoordingsstukken, volgens de normale regels van artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit nr. 1.Deze verantwoordingsstukken kunnen bijvoorbeeld zijn: tickets van een gewone kassa, bewijzen van elektronische betalingen, ed.

De onderneming  doet een beroep op een derde

Wanneer een  derde de maaltijden verstrekt in een  bedrijfsrestaurant  moet aangenomen worden dat er tussen de onderneming(en) en de derde een contract bestaat m.b.t. het verstrekken van restaurantdiensten. Wanneer kan beschouwd worden dat ingevolge dat contract of anderzijds  de onderneming  voor de totaliteit van haar activiteit van verrichter van restaurantdiensten aan haar personeelsleden of aan de personeelsleden van een gelieerde onderneming een beroep doet op een derde, de onderaannemer die gehouden is kastickets van een geregistreerd kassasysteem uit te reiken aan de onderneming, is de ontheffing van kastickets van een geregistreerd kassasysteem in de relatie tussen de onderneming en bedoelde personeelsleden ingevolge onderaanneming mogelijk (artikel 21bis, § 1, 5de lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1). Van deze ontheffing kan slechts gebruik gemaakt worden wanneer  de onderneming op geen enkele manier tussenkomt  bij de voorbereiding van de maaltijden noch bij de aankoop van niet bereide voedingsmiddelen, is er een ontheffing van de verplichting een kasticket uit te reiken met behulp van een geregistreerd kassasysteem aan de personeelsleden. Het is geen probleem dat de onderneming zelf met eigen personeel voor de bediening aan tafel zorgt, voor het opruimen of voor de afwas. Opgemerkt wordt dat bij dit type van contracten de onderneming doorgaans, rechtstreeks of onrechtstreeks tussenkomt in de prijs van de maaltijden die de personeelsleden ontvangen.

De van toepassing ontheffing is niet die ingevolge een  bedrijfsrestaurant zoals bedoeld in artikel 21bis, § 1, 5de lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1.

Bij wijze van tolerantie  hoeven  er evenmin rekeningen of ontvangstbewijzen zoals bedoeld in artikel 22, van het koninklijk besluit nr. 1, te worden uitgereikt aan de personeelsleden.

De onderneming dient een dagboek van ontvangsten te houden en de inschrijvingen te verrichten op basis van gedateerde verantwoordingsstukken, volgens de normale regels van artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit nr. 1.Deze verantwoordingsstukken kunnen bijvoorbeeld zijn: tickets van een gewone kassa, bewijzen van elektronische betalingen, ed.

In de relatie tussen de derde en de onderneming moet het kasticket van het geregistreerd kassasysteem niet noodzakelijk bij de voltooiing van de dienst worden uitgereikt, maar kan de uitreiking  één keer per maand gebeuren, uiterlijk de 15de van de maand volgend op die waarin de dienst plaatsvond (zie nr. 3.4.3 i.v.m. de tweede optionele afwijkende regeling voor het tijdstip van uitreiking voor de cateringhandelingen en traiteurdiensten B2B en B2G). Bovendien dienen deze handelingen het voorwerp uit te maken van een factuur.

Wanneer de derde niet volledig instaat voor het verstrekken van de restaurantdiensten, waardoor  aan de voorwaarden van ontheffing van kasticket van het geregistreerd kassasysteem ingevolge onderaanneming bedoeld in artikel 21bis, § 1, 5de lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1 niet voldaan is, kan, indien de voorwaarden van  artikel 21bis, § 1, 5de lid, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1  vervuld  zijn, gebruik gemaakt worden van de ontheffing bedrijfsrestaurant.

Tot slot wordt opgemerkt dat wanneer de derde de bedoelde maaltijden volledig onafhankelijk aan de personeelsleden van de onderneming of van een gelieerde onderneming zou verstrekken, bijvoorbeeld ingevolge een concessieovereenkomst tussen de derde en de onderneming tot uitbating van een restaurant, zijn de gewone regels inzake het geregistreerd kassasysteem van toepassing in de relatie tussen de derde en de bedoelde personeelsleden. De onderneming komt  in dit geval niet tussen in de prijs van de maaltijden die de personeelsleden ontvangen. De onderneming verstrekt geen restaurant- of cateringdiensten. De ontheffingen ingevolge ondernaanneming of ingevolge een bedrijfsrestaurant zijn niet van toepassing.

Vrijstelling artikel 44 van het Btw-Wetboek

Handelingen die aan de voorwaarden van artikel 44 van het Btw-Wetboek, voldoen, zijn vrijgesteld van btw. School- en ziekenhuiscafetaria’s bijvoorbeeld kunnen eventueel onder bepaalde voorwaarden genieten van deze vrijstelling. In dat geval worden ze ontheven van het gebruik van het geregistreerde kassasysteem voor de restaurant- en cateringdiensten die genieten van de vrijstelling voorzien door artikel 44, van het Btw-Wetboek. Voor deze restaurant- en cateringdiensten moet evenmin een rekening of ontvangstbewijs uitgereikt worden. Het staat de belastingplichtige vrij om vrijwillig een geregistreerd kassasysteem in gebruik te nemen. Aangezien vrijgestelde handelingen bovendien kunnen gecombineerd worden met belaste handelingen, wordt hieronder toelichting gegeven omtrent het geregistreerde kassasysteem in dergelijke situatie.

Enkel de omzet uit de restaurant- of cateringdiensten die niet zijn vrijgesteld van btw, tellen mee voor de berekening van de drempel.

Voorbeeld universiteitsrestaurant

In een universiteitsrestaurant verkrijgen de studenten hun maaltijd met vrijstelling van btw krachtens artikel 44, van het Btw-Wetboek. De restaurantdiensten verstrekt aan externe bezoekers zijn echter niet vrijgesteld van btw.

Indien de omzet uit de maaltijden verstrekt aan externe bezoekers meer dan 25.000 euro bedraagt, moeten er kastickets van een geregistreerd kassasysteem worden uitgereikt. Strikt genomen moeten er geen kastickets van een geregistreerd kassasysteem worden uitgereikt voor handelingen die zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, van het Btw-Wetboek.

Indien de 25.000 euro niet wordt overschreden, moet er geen geregistreerd kassasysteem worden geïnstalleerd. Voor de restaurantdiensten verstrekt aan externe bezoekers moet er een rekening of ontvangstbewijs worden uitgereikt.

Voorbeeld sportclub

Een sportvereniging onder vorm van een vzw biedt aan haar leden tegen betaling de mogelijkheid om een sport te beoefenen (handeling vrijgesteld ingevolge artikel 44, § 2, 3°, van het Wetboek). De vzw baat eveneens een cafetaria uit (niet vrijgesteld) die vrij toegankelijk is voor het publiek en waarvan de omzet 15 % van de omzet uit de vrijgestelde activiteit bedraagt (zie btw-beslissing nr. E.T.130.298 dd. 12.09.2016). De vzw heeft zich voor deze horeca-activiteit geïdentificeerd als BTW-belastingplichtige.

Eénmaal per jaar organiseert deze vzw een eetfestijn (mosselen met friet) met een omzet van 45.000 euro. Opdat de omzet van het eetfestijn kan vrijgesteld zijn op basis van artikel 44, § 2, 12°, van het Wetboek is het noodzakelijk dat de opbrengst uitsluitend ten goede komt van de vrijgestelde activiteiten van de vereniging (zie circulaire 2017/C/23 dd. 19.04.2017).

Indien de omzet van de cafetaria het bedrag van 25.000 euro overschrijdt, moeten er kastickets van een geregistreerd kassasysteem worden uitgereikt voor alle niet vrijgestelde handelingen. Voor het mosselfestijn moet er strikt genomen geen geregistreerd kassasysteem worden gebruikt aangezien het om een vrijgestelde handeling gaat.

Indien de 25.000 euro niet wordt overschreden, moeten er enkel rekeningen of ontvangstbewijzen worden uitgereikt voor de niet vrijgestelde restaurant- en cateringdiensten in de kantine. Er dienen dus geen rekeningen of ontvangstbewijzen te worden uitgereikt voor het mosselfestijn.

Opmerking didactisch restaurant

Het didactisch restaurant, uitgebaat door een school, dat openstaat voor het publiek en commercieel wordt geëxploiteerd, is niet vrijgesteld door artikel 44, van het Btw-Wetboek, en wordt beoogd door de regelgeving inzake het geregistreerde kassasysteem.

Vrijstelling artikel 42 van het Btw-Wetboek

In tegenstelling tot de handelingen vrijgesteld door artikel 44, van het Btw-Wetboek, die geen recht op aftrek van de btw verlenen, verlenen de handelingen vrijgesteld door artikel 42 wel recht op aftrek.

Dit verschil leidt ertoe dat, in tegenstelling tot de activiteiten van artikel 44, van het Btw-Wetboek, de handelingen van artikel 42, van dit Wetboek, volgens de normale regels meegenomen worden in de berekening van de drempel. Indien de 25.000 euro wordt overschreden, moeten er ook kastickets van een geregistreerd kassasysteem worden uitgereikt voor de door artikel 42, van het Btw-Wetboek, vrijgestelde horecahandelingen. Indien de 25.000 euro niet wordt overschreden, moeten er rekeningen of ontvangstbewijzen zoals bedoeld in artikel 22, van het koninklijk besluit nr. 1 worden uitgereikt voor de verrichte restaurant- en cateringdiensten, ook indien ze vrijgesteld zijn door artikel 42, van hetzelfde Wetboek. Wanneer toch alle door een belastingplichtige verrichte restaurant- en cateringdiensten vrijgesteld zouden zijn ingevolge artikel 42, van het Btw-Wetboek, wordt aanvaard dat een geregistreerd kassasysteem niet moet gebruikt worden.